uniek onderzoek onder te vroeg geborenen

Een te vroeg geboren kind valt niet te genezen, niet te behandelen zoals bij een ziekte. Dat is meteen de essentie van het probleem: het kindje is niet af en dat zal ook niet veranderen. In 1983 is POPS (Project On Preterm and Small for gestational age infants) van start gegaan: alle te vroeg geborenen uit dat jaar worden langdurig gevolgd door TNO.

Een uniek onderzoek, omdat wereldwijd nog nooit zo lang premature kinderen gevolgd zijn. Door de kinderen regelmatig te testen, komen steeds meer gegevens beschikbaar. Met het doel om zo voor toekomstige prematuren de kwaliteit van leven te verbeteren. Op éénjarige leeftijd kregen de ouders vragenlijsten, met herhalingen om door de jaren heen. Er werden gesprekken gevoerd om intellect te meten. Ook waren er bloedtesten en MRI scans. Op negentienjarige leeftijd is er een grootschalig onderzoek gedaan in het ziekenhuis: je werd gewogen, reflexen gemeten, over blokjes lopen, en achter de computer sommen oplossen.

Uitslagen

Alle uitkomsten na negentien jaar onderzoek zijn gebundeld met opmerkelijke resultaten. Eénderde van de onderzochte kinderen heeft een handicap , twee keer zo vaak een lagere opleiding dan leeftijdsgenoten, drie keer zo vaak geen baan, en vaker dan normaal kans heeft op stofwisselingsproblemen.

Prof.dr. Pauline Verloove – Vanhorick is vanaf het begin betrokken geweest bij het onderzoek en verbonden aan TNO. ,, Ik was onthutst door de gegevens. Het is niet voor elke prematuur van toepassing. Van de honderd hebben tien een kans op deze risico’s en tachtig hebben niets. Dat is het moeilijke. We zijn wel bezorgd om het hoge risico op hart- en vaatziekten. Vooral bij kinderen onder de zesentwintig weken.”

Ze vervolgt: “Alle problemen die zich wel of niet hebben voor gedaan in de eerste periode na de geboorte kunnen blijvende schade veroorzaken, met name in de hersenen. Die bepalen of je later wel of niet naar school kan, goed kan horen en zien etc. Een van de dingen die uit POPS komt is dat kinderen later gedragsproblemen hebben. Begin jaren tachtig kregen kinderen een tube om te beademen, nu weten we dat te veel zuurstof ook niet goed is. We moeten dus meer inzien dat de gevolgen van iedere behandeling later problemen oplevert voor zo’n kind. “

Problemen

Te vroeg geboren kinderen hebben het later moeilijker om aan de eisen van de maatschappij te voldoen. Op vijfjarige leeftijd heeft twaalf procent speciaal onderwijs, dat is op veertienjarige leeftijd 27 procent. Hier is de omgeving van grote invloed, zo staat te lezen in het rapport. Bij hoog opgeleide ouders is het IQ van het premature kind gemiddeld 14.2 punten hoger.  Ook is onderzocht hoe hoog het risico op hart- en vaatziekte is. Dit heeft te maken met de ‘slechte start.’ De longen zijn nog niet rijp als het kind ter wereld komt en de bloeddruk is vaak laag. Dit kan leiden tot een groeiachterstand én zo blijkt uit de tests ook op een grotere kans diabetes en om dikker te worden.

Toekomst

Het moeilijkste is om deze gegevens om te zetten in een behandelmethode, omdat de techniek enorm veranderd. TNO is momenteel bezig om een tweede grootschalig onderzoek te starten om meer te weten te komen van deze kinderen in het dertigste levensjaar.

Campuscam gaat deze week op pad om met onderzoekers en POPS-kinderen te interviewen over dit onderzoek.

Ook interessant voor je:

Eén gedachte over “uniek onderzoek onder te vroeg geborenen

  • 22 maart, 2010 om 22:46
    Permalink

    Inhoud! Ook voor het eerst hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.