De vuilstort die Utrecht heet

“Het aroma komt je tegemoet, zodra je het pakje open doet.” Zoiets, maar dan net even anders kan je nu in Utrecht beleven. De straatschoonmakers staken. Allemaal mooi en aardig, maar het vuil stapelt zich inmiddels behoorlijk op en het einde van de cao-onderhandelingen is nog niet in zicht. Volhouden is voor ons (en de schoonmakers) helaas de enige optie.

Viezigheid op de Utrechtse straten.
Viezigheid op de Utrechtse straten.

Waar je ook kijkt in het “stadsie van het ouwe graggie, het Vreeburg en wijk C”, de troep springt in het oog. En waar is het nou allemaal om te doen, deze bende? Nou, de vuilophalers willen meer loon. Logisch, want waarom zouden mensen die de boel schoonhouden niet wat meer mogen verdienen?

Maar waarom moet dat toch telkens in Utrecht? Na de troep op het station – de treinschoonmakers staakten – is het nu een rotzooi in de stad. Kunnen ze niet een roulatiesysteem verzinnen, waardoor wij niet telkens de lul zijn? Zo genieten niet alleen de Utrechters van het prachtige eau de toilette van poepluiers, rottend fruit en half afgekloven pizza’s. Herman Berkien mag zijn Uteregs lied best updaten. “Als ik boven op de Dom sta, kijk ik even naar benee. Dan zie ik een grote bende op het Vreeburg en in wijk C…Der is geen viezer plekkie, als Utereg mijn stad.”

Aan de andere kant weten wij zo ook eens onder wat voor omstandigheden deze jongens en meiden hun werk moeten doen. Erg goed werk, want nu zien we eens hoeveel ze per dag ophalen. Je staat er nooit bij stil, totdat het niet gedaan wordt. Nou, totdat ze het wel weer doen, neem ik braaf mijn rommeltjes met me mee naar huis en dump ik ze niet bij de vuilnisbakken in de vuilstort die Utrecht heet.

Voor degene die Herman Berkien niet kennen:

Ook interessant voor je:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.