Gerold op Centraal

Hij heeft een gigantische pukkel op zijn wang en kijkt schuchtig uit zijn ogen terwijl hij zenuwachtig door de coupé dribbelt. Andere treinreizigers dringen zich om hem heen: hij staat in de weg.

Ik krijg een naar gevoel bij deze man en snel me naar boven, om een lekker plekkie uit te zoeken. Ik knal tegen een man op, die een maat blijkt te zijn van de vent met de pukkel. Hij excuseert zich zenuwachtig terwijl hij zich langs mij wringt, terug naar beneden. Hij passeert een oude vrouw die hij bijna platdrukt tegen de trapleuning.

Pinpas
Ik help het vrouwtje naar boven, scheld tegen de man. Als ik uit het raam kijk, zie ik de man de trein uitsprinten. “Heeft u alles nog?”  vraag ik aan het oude vrouwtje. Ze schudt heftig haar hoofd, haar rimpels schudden mee. “Mijn pinpas, hij zat in m’n jaszak en nu niet meer.”

Alarm
Ik belde de Rabobank om de pinpas te laten blokkeren en stel de vrouw gerust. Ze kunnen niets met een pinpas zonder pincode. Maar ik hoor de vrouw van de alarmlijn van de Rabobank slikken. “Er staat niets meer op de bankrekening. Er is zojuist duizend euro vanaf gehaald.” Ik laat de pas toch blokkeren, wend mijn gezicht weer naar de vrouw. “U bent gerold,” zeg ik. Haar rimpelige gezicht wordt lijkbleek, ze staart voor zich uit. “Toen ik net pinde voor mijn treinkaartje op Utrecht Centraal, stonden deze mannen achter me,” zegt ze. Een trillerig stemmetje. “En ik reis normaal nooit met de trein. Mijn man ligt heel ziek in het UMC, daarom moest ik naar Utrecht, maar wij wonen zelf in Nijmegen.”

Paniek
De paniek slaat haar om het hart, en al het NS-personeel dat in deze trein aanwezig is doet haar best om te voorkomen dat mevrouw naast haar man komt te liggen in het ziekenhuis met een hartkwaal, veroorzaakt door de stress.
Enigzins gekalmeerd – “Gelukkig is het maar geld. Mijn man is veel belangrijker” – zakt ze weer terug in de stoel. Toch zit het haar dwars. Ze moeten met hun tengels van haar spullen afblijven, het is toch niet normaal dat ze niet op Utrecht Centraal normaal kan pinnen? Ik knik, beaam dat ze haar een klotestreek hebben geflikt. Bij het woordje klotestreek glimlacht ze even. Ze houdt normaal niet van schelden, maar dit woord dekt precies de lading.
Dan verdwijnt haar glimlach weer. “Duizend euro,” zegt ze. Ze zucht. “Die jonge knapen teren nu op mijn AOW.”
Grotere kaart weergeven

Ook interessant voor je:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.