Wu Jingguo: beter dan Murakami


Er is een nieuwe Aziatische schrijver opgestaan die langzaam bekend wordt bij het Westerse publiek. Eigenlijk zou het eerlijker zijn om te zeggen dat zijn werk is opgestaan, want Wu Jingguo is zelf allang niet meer onder ons: in 1963 pleegde hij zelfmoord, een jaar na het verschijnen van Saxophone Collossus, dat nu voor het eerst in Amerika is verschenen.

Het boek is laaiend enthousiast door critici ontvangen, ondanks de beperkte oplage. Het verhaal zou een perfect beeld geven van de moeilijkheden waar de immigrant in het Amerika van de jaren ’50 tegenop liep. We volgen de jonge Cubaan Jorge Garcia, die vlak voor de revolutie in New York is gaan wonen om samen met zijn neef Manuel kastanjes te gaan verkopen bij Central Park. Daar ontmoet hij de mysterieuze schoonheid Jane Willowfield en haar minnaar Bob McMillan, die bevriend is met beroemdheden als Jack Kerouac, Truman Capote en een jonge Kurt Vonnegut.

Maar de meest bijzonder vriend van McMillan is jazzmuzikant Sonny Rollins. Rollins, bijgenaamd Saxophone Colossus, krijgt een bijzonder relatie met hoofdpersoon Jorge wanneer die laatste de enige blijkt te zijn  die Rollins’ favoriete saxofoon weet te repareren.

Het boek is geschreven in de toen kenmerkende “Bebop-stijl”, waarbij korte zinnen worden afgewisseld door lange beschrijvingen van wat de hoofdpersoon ziet. Jorge Garcia komt in New York voor het eerst in aanraking met marihuana, wat zijn impressie van de wereld dusdanig beïnvloedt dat hij de dingen niet helemaal meer ziet zoals ze zijn. De manier waarop Wu dit uitwerkt kan zich meten met werken van dope-schrijvers als William S. Burroughs en Hunter Thompson.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.