Column: Niet iedereen is geschikt om te werken in Chinees restaurant

bron: Restaurant Wapen van Rosmalen
bron: Restaurant Wapen van Rosmalen

De afgelopen week volgde ik het nieuws met argusogen. Het nieuws over de wetswijziging waardoor het voor Chinese horeca moeilijker wordt personeel uit de eigen achterban te halen. Ik werk zelf namelijk al vijf jaar in een groot Chinees restaurant als receptioniste, en ben goed bevriend met de eigenaresse. 

Voor degenen waar dit onderwerp volledig langsheen is gegaan, zal ik het nieuws even in het kort samenvatten. Per 1 januari is er een wetswijziging in werking gegaan waardoor werkgevers die personeel van buiten Europa willen aanstellen, hiervoor elk jaar een nieuwe vergunning moeten aanvragen. Voorheen kregen ze deze vergunning voor een tijdsduur van drie jaar. Hierdoor is het praktisch onmogelijk om nieuwe koks uit eigen land hierheen te halen. Volgens uitkeringsinstantie UWV is dat alleen maar goed omdat de Chinese horeca zo gebruik kan maken van Nederlandse, werkloze koks. Die er volgens hen in overvloed zijn.

Maar dat is nou juist het probleem. Ten eerste moet je als Nederlandse kok je dan de Chinese keuken eigen maken. Nu weten we allemaal dat Foe Yong Hai en Babi Pangang westerse gerechten zijn, die Chinezen zelf soms niet eens kennen, maar puur in het leven zijn geroepen als exotisch gerecht. Dus deze gerechten zou je als Nederlander misschien nog vrij aardig onder de vingers kunnen krijgen. Maar een ander, veel grotere, issue, is het werkklimaat in de Chinese horeca.

Bij het restaurant waar ik werk, een groot restaurant met 600 zitplaatsen, bestaat het personeel uit Chinezen. Bijna allemaal zijn ze in China geboren. De bediening praat een aardig woordje Nederlands, maar dat is bij de koks helemaal niet het geval. Nu hebben we een Nederlandse chefkokin (die verantwoordelijk is voor de Europese gerechten) die dat niet deert: zij is vooral gerecht op het werken en het tijdig roken van een sigaretje. Maar ik kan me toch voorstellen dat je als Nederlandse jongeman toch af en toe een woordje wil wisselen met je collega’s. En als je aangewezen bent op handen- en voetenwerk, gaat dat toch een stuk lastiger. En als je elkaar al wel begrijpt, dan is het cultuurverschil immens. Chinezen lachen vaak niet uit blijdschap, maar eerder uit woede of schaamte. Zij hebben bovendien hele andere humor. En denk maar eens aan het authentieke Chinese eten wat het personeel verorbert en op wat voor manier… Je moet toch sterk in je schoenen staan als je als buitenstaander je mannetje weet te staan in een compleet onbekende omgeving.

Benieuwd naar een voorbeeld van een Chinese keuken? Bekijk dan dit filmpje, waarin wordt uitgelegd hoe je Sja Siuw maakt. En in verstaanbaar Nederlands ook nog!

anouschka te lintelo

Vierdejaars studente Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.