Urineverlies nog altijd taboe

Incontinentie komt vaker voor dan gedacht. Er wordt door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie geschat dat ongeveer 5 procent van de Nederlandse bevolking last heeft van urine-incontinentie. Rachel van Westing is bekkenfysiotherapeut en helpt zowel vrouwen als mannen het probleem van hun urineverlies aan te pakken.

“Ondanks dat men last heeft van urineverlies, gaat niet iedereen naar de dokter. Veel mensen lopen vaak jaren rond met hun klacht. Ze willen liever een inlegkruisje, want erover praten is nog steeds taboe,’’ zegt Rachel. Ze komt regelmatig mensen in haar praktijk tegen die dachten dat ze geen medische hulp nodig hadden.

“Er zijn verschillende soorten urine-incontinentie. Je kan in je broek plassen, omdat je een te slappe bekkenbodem hebt, maar je hebt ook varianten, zoals stressincontinentie en aandrangincontinentie”, aldus Rachel. Die laatste groep bestaat volgens haar vaak uit vrouwen die het gevoel hebben dat ze moeten plassen. “Zij raken vaak in paniek als de toiletten uit de trein of stad verdwijnen. Deze vrouwen kunnen zo bang zijn dat ze de deur niet meer uit durven”, zegt Rachel.

Rachel geeft aan dat wanneer je last hebt van urineverlies, het verstandig is om eerst bij een bekkenfysiotherapeut langs te gaan. “Er zijn verschillende vormen van urineverlies. Sommige mensen verliezen al urine bij het niezen of lachen. Dit betekent dat de bekkenbodem zo slap is dat die als het ware de aanspanning niet kan vinden. Je moet weten of je een te slappe of te strakke bekkenbodem hebt. Als je dat weet kan je jezelf op de juiste manier trainen.”

Annet Kloprogge is ambassadeur bij de stichting Bekkenbodem4all en heeft al haar hele leven last van een hypertone bekkenbodem. Zij  begon haar eigen website om het taboe bespreekbaar te maken. Luister hieronder haar verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.